ZOMAAR
EEN HUIS
De
Aardbeving: een geluk bij een ongeluk?
Dat dit huis (Varkensmarkt 6-6a te Roermond) niet zomaar een huis is
was ons altijd al duidelijk. Achter de “nieuwe” voorgevel
zat een eeuwenoud, schots en scheef, oergezellig “levend”
huis en oeroude kelders. (Waarvan er een pas in de 80er jaren werd ontdekt)
Door de aardbeving (1992) gedwongen rigoureuze maatregelen te nemen
om instorting te voorkomen kwamen we nogal wat verrassingen tegen, zoals
muren van de zogenaamde speklagen en zelfs vakwerk muren, eeuwenoude
balken, een verborgen buitendeur, een hele brede oude schouw, oude vloeren
óp oude vloeren en meer van dergelijke elementen die wezen op
een zeer hoge ouderdom van dit pand. Tevens bleek dat de achtergevel
niet de eerste was maar in het pand een oudere buitenmuur zat. In overleg
met een constructeur en de architect hebben wij toch nog een paar zeer
interessante elementen kunnen bewaren en waar dat echt niet mogelijk
was (vanwege de bouwvallige staat) hebben we eerst foto’s gemaakt
om de originele situatie vast te leggen. Het huis werd door middel van
een kooiconstructie zelfdragend gemaakt en volledig in zijn originele
staat (indeling) hersteld en mede dank zij subsidie van de Gemeente
Roermond, het Rampenfonds en natuurlijk vooral onze eigen bankier staat
er nu weer een prachtig en veilig huis en mijn studie over de bewonersgeschiedenis
toont aan dat dit huis dat ook wel verdiend heeft! Dit huis is een ware
reis door de geschiedenis van Roermond!
Het onderzoek:
Dank
zij het Kadaster was het niet erg moeilijk de diverse bewoners te vervolgen
tot het begin van de 19e eeuw. Wie had het gekocht van wie. En in het
bevolkingsregister kwam ook naar boven wie de bewoners waren en wie
de eigenaren.
In het laatste kwart van de 19e eeuw werden er diverse malen kadastrale
wijzigingen aangebracht en werden Varkensmarkt 4 en 8 afgesplitst.
Het huis (Varkensmarkt 6 en 6a) bestaat tegenwoordig uit twee woningen
maar dat is niet altijd zo geweest. Baron Louis Michiels van Kessenich
(behoeft geen nadere uitleg) splitst het huis in 1880 tot twee woningen.
Hij had het huis gekocht van de Weduwe Victoria Janssen-Pitaffe. Daarvoor
was de bekende familie Burghoff (3 generaties) eigenaar. Zij waren o.a.
de oprichters van de Papierfabriek, bouwden het Jachtslot op Kasteel
Montfort en hadden nogal wat huizen in en om Roermond. In 1802 had Joannes
Josephus Burghoff het gekocht van de Koopman/Voiturier Guillaume Rutten
die het in 1801 van Jean Guillaume Rutten had gekocht. Jean Guillaume
Rutten was diligence- en postwagenhouder op Keulen en Brussel. In 1801
werd hij voor de belasting op vensters, deuren en poorten voor 30 ramen
of deuren en 1 koetspoort aangeslagen. Dat was het hoogste aantal op
de Varkensmarkt. In 1779 verhuurde hij ook een deel aan de Herbergier
en Logementhouder Joannes Gruijter.
In 1776 had hij het huis gekocht van Cancelier Arnold Hendrick Tackoen
(Raadsheer van het Hof van Gelre en Burgemeester van Roermond, gehuwd
met Elisabeth Marie van der Renne) en dan duikt ook voor ’t eerst
de naam “De Drei Croonen” én “In den Beer”
op:
Hoofdgerecht overdrachten (340) 1772-1779 folio 167:
29 febr 1776: Arnold Hendrick Tackoen Canselier van de Raad van State
van het Vorstendom Gelre en zijn vrouw Elisabeth Marie van der Renne
verkoopt aan Jan Willem Rutten, voerman op Keulen en Brussel, voor 900
pattacons (kosten voor de koper) het huis “De Drei Croonen”
op den Verckensmerkt, ter ener zijde de behuizing van wijlen de Oudburgemeester
en Schepen Johan Coolen, nu den Landmeter Smabers, en ter andere zijde
het huis van de erfgenamen van wijlen Meester Hoedenmaker Mr Mathis
van den Bergh.Op te leveren tegen Pasen. “met den zaal oft groote
kamer genaamd “In den Beer”, waarin de Hertoginne van Gelre
leenrechtig is “ etc
In 1759 woont Postmeester De Bors hier en wordt in de Overdrachts Protocollen
vermeld dat het huis bestemd is als woning voor de Commandant van Roermond.
Het huis is dan van Cancelier Arnold Tackoen die het in 1755 van de
erven Kroonenbroeck had gekocht. In die koopakte vond ik voor het eerst
de uitleg dat De Beer in De drie Croonen ligt: met de aengehoorige groote
Camer, ofte Sael, den welcken onder den naem vant Huijs Den Beer Leenroerigh
is aen Haere Keijserlijke ende Koningklijke Majestijt, als Hertoginne
van Gelder (Maria Theresia).
Van 1734 tot 1749 is het huis van Canselier Mathias Martinus Kroonenbroeck
(1688-1749)
Advocaat en Procureur, Schepen van Roermond 1713-1737, Schout van Dalenbroek
1718, 1737-49 Raadsheer in het Hof van Gelre te Roermond. Gehuwd met
Maria Gertrudis Copenuer. Hij kocht het huis in 1734 van de Weduwe Advocaat
Hendricus Thomas Bordels. (Hoofdgerecht Overdrachten 1734) Het huis
De Drij Croonen gelegen op de Verkensmerckt: “ Het voornoemde
huis is vrij van alle grond en andere lasten, uitgenomen Den Grooten
Zaal van ’t selve huijs, die bij de leenbrieven genoemd wordt
Den Grooten Beer, zijnde Leenroerig aan den Hertog van Gelder”.
Met “Uitgang op de twee Berghskens”
In 1731 wordt de Raedsverwanter van Laer bewoner van de Drij Croonen
genoemd. (zie erfeniskwestie 1720) en in 1728 de erven van Ludir/Lutgerus
Christoffel “ouderlijk huijs, gelegen neffens het Hoenderstraatje
genoemt “in Dij Beer” (Hoe dit straatje liep is niet bekend.
Is dit misschien het straatje dat op de Kleine Bergstraat uitkomt?)
In 1720 is er een probleem over De Drij Croonen (Overdrachten 307) tussen
diverse nakomelingen Bordels en wordt het pand als onderpand gesteld
hangende de procedure. Het zou te ver voeren de hele gang van zaken
hier te bespreken.
In 1702 wordt in de Extracten brieven Magistraat van Roermond (inv nr
217-a) het volgende vermeld:
“Vandaag is de graaf en prins van Horne met zijn karos hier voor
het stadhuis aangekomen in gezelschap van de graaf van Montfort, de
kolonel van het regiment infanterie en de majoor van de provincie Xanten,
die bovengenoemde brief in handen van de trompetter van Kleef gesteld
heeft, die “In de dry Croonen” alhier logeerde, hetgeen
door de schepenen Goeijn en Wagener geregeld is”. (inhoud van
de brief was: “Aan de hooggeëerde heren van de stad Kleef,
Betreffende Uw verzoek van 16 dezer aangaande Uw verzoek samen neutraal
te blijven berichten wij U, dat na overleg met de graaf van Horn, gouverneur
en kapitein-generaal van deze provincie, wij het als onze plicht achten
U mede te delen, dat er een groot onderscheid tussen onze steden is:
namelijk Roermond is versterkt en in staat van verdediging gebracht
en Kleef heeft helemaal geen ommuring en ligt open. Bovendien is dit
een zaak van de Staat, waaraan wij ons te houden hebben”).
In 1627 en 1650 wordt Andries Bordels (In de Dond.Prot.)“Waard
en logementhouder in Die Drije Croenen” genoemd. Volgens de Rekening
Overluiden (GAR) is hij in 1656 overleden. (Kron.Netth. Blz 339en 371:)
24 december 1631 “den Capitein Manare is gelogeert geweest in
de Drye Croonen, syne compagnie was sterck 100 personen”. (tot
822 pers)
1 juli 1632 (beleg) “Den Cancelier is gelogeert geweest in de
Drye Kroonen bij Andries Bordels”
Van 1555 tot 1574 wordt Sylle van Werde alias Sille in den Budel eigenaar
van In Die Croene genoemd.
In 1548 en 1556 wordt Willem Camerich/Kamerychs met het huis In den
Beer beleend en in 1550 koopt hij De Croen van Ursula van Franckfoirt.
De Varkensmarkt wordt in die tijd nog Steenweg genoemd.
Leenakte Overkwartier-Gelre (33E5) blz 62: “Wilhem Camerich ontfengt
een huys binnen Remund op den Steenwech gelegen, geheiten dat huys in
den Beer, tot Gelderschen rechten, 13 Martii 1548”
“Idem eedt vernijt, 15 Junii 1556”
Even een verhaaltje tussendoor uit 1529:
Overdracht van het kasteel Montfort in 1529
(Waarin ik de tot nu toe oudste vermelding van Die Croen tegenkwam).
De regeerperiode van de Gelderse hertog Karel van Egmond (1473-1538)
kenmerkte zich door een voortdurende strijd tegen keizer Karel V. Hierbij
raakte het Ambt Montfort in 1505 in Bourgondische handen en bleef dit
totdat in het verdrag van Gorcum van 3 oktober 1528 verklaard werd dat
het binnen een jaar aan Gelre teruggegeven moest worden. De feitelijke
overdracht van de Bourgondische drossaard Robrecht van Aremberg aan
de nieuwe Gelderse drossaard Willem van Vlodrop verliep niet bepaald
van harte. Dit blijkt uit de rentmeestersrekening van Lenart van Bree
over het jaar 1529-1530 (RAG, HA, 1774). Hierin lezen we dat Willem
van Vlodrop in opdracht van de hertog van Gelre op 'Sente Andriesmis'
het kasteel overnemen moest. Hiervoor trok hij met 16 ruiters vanuit
Kessel zuidwaarts en reed 'ruytergewijse' de stad Roermond binnen. Daar
werd het gevolg echter ruim negen dagen opgehouden vanwege allerlei
tegenwerkingen van 'joncher Ropprecht van Arenborch'. Voor dit gedwongen
oponthoud kregen de ruiters ieder een 'goldgulden' betaald, terwijl
Willem van Vlodrop voor een veelvoud hiervan met de drossaarden van
Horst en Kessel de tijd verdreef 'to Ruermunde in die Croen'. Hierna
werd de reis voortgezet naar Montfort, om 'die borch therstant in te
thogen'. Daar moesten de ruiters echter opnieuw enkele dagen wachten
'omme menigerley fremde vurnemen' van degenen die het kasteel bezet
hielden. Bij het uiteindelijk binnenrijden van het kasteel werd duidelijk
waarom de mannen van Robrecht van Aremberg zoveel tijd nodig hadden
om het kasteel te verlaten: de complete keukeninventaris was namelijk
verdwenen, de brouwketel en de kruitmolen vernield, de vensters met
daarin het Gelderse wapen kapotgeslagen, etc. Zelfs het touw om meelzakken
op de korenzolder te hijsen had men meegenomen, inclusief 'den ysen
haeck aen dat zeijl'. De rentmeestersrekening vervolgt dan ook met talrijke
aankopen en reparaties om de inventaris weer op het minimale niveau
te brengen. Verder waren ook 'die scaepe, veulen ende kuijen toebehoerende
den huijse van Momffort'gestolen. De rentmeester zag zich hierdoor genoodzaakt
om meteen 33 nieuwe schapen, drie koeien en vier varkens te kopen. Deze
laatste waren overigens zo mager, dat extra voer gekocht moest worden
om ze 'den ganschen winter mit t'onderhalden'. Ook het kasteel vroeg
dringend om onderhoud, want Willem van Vlodrop constateerde veel gebreken
'die repariert ende gemaickt moesten wesen'. Prioriteit kreeg een nieuwe
wenteltrap ('windelsteyn') voor de grauwe toren en het herstel van de
leiendaken op het kasteel. Ook werden alle 'glaesvinstern' vernieuwd,
de grote zaal en talrijke kamers opnieuw geleemd en een schuur op de
voorhof herbouwd. De twintig mensen die op het kasteel in dienst van
drossaard Van Vlodrop gingen werken, brachten ook onkosten met zich
mee. De 'nachtwekers opten huijsse to Momffort' kregen bijvoorbeeld
'elcken eynen nyen pels vur die kalde aen te doen alle nachten'. Om
zich tegen nieuwe vijandelijkheden van Bourgondië te verdedigen
werden tenslotte 36 'haickebussen' (geweren) gekocht, alsmede een flinke
voorraad ingrediënten voor de herstelde kruitmolen.
door Fedor Coenen
Verschenen in: De Klepper (Kwartaalblad Heemkundever. Roerstreek) 2001,
nr. 2.
Orginele tekst:

“Item die
heer van Ghoir,drosset to Montffort, die heer van der Horst, drosset
's lantz van Kessell hebben verdaen to Ruermunde in die Croen voir ende
nae der innemingen dess huyss Montffort in bijwesen mijns gnedigen lieven
heren secretarii Holthuysens und meer andere die ich aldaer gequeten
und doir hoir beveell betailt heb xiiii Brab[antse] g[ulden] xiiii b.
st[uver], facit 12 ... g[ulden] 6 stuver b.”
de heren van Ghoir en Van der Horst hebben verbleven in de Croen voor
en na de inname van het huis Montfort, in het bijzijn van de secretaris
Holthuysen en anderen; aan daggeld hebben ze 14 brabantse gulden en
14 stuivers ontvangen, in de rekening opgenomen als 12 arnold gulden
en 6 stuivers.
Rijksarchief Gelderland, Hertogelijk Archief, nummer 1774, folio 2verso
(uit de rekening van Lenart van Bree, rentmeester van het ambt Montfort
over het jaar 1529-1530.)
Uit : Leenakte
Overkwartier-Gelre (GAR 33E5) blz 62:
1477: “Willem Kranss bij transport Henrix voorn., a 1477”
(Henrix is Henrick van Koelberch)
1466 + 1474: Henrick van Koelberch/Kailberch
“Henrick van Koelberch ontfengt een huys met sijnen tobehoor,
binnen der stat van Rurmund gelegen op den Steenweg, met der eener sijden
neven Botter Willems huys ende met der ander sijden neven Claesken Baertscherers
huys, tot Montfortschen pondigen leenrechten, 19 Februarii 1474.”
“Leonart Stijners Raitsoins dochter soin van Baexen transporteert
op Henrick van Kailberch, diener der joffrou van Heynsbergen, dat huys
in den Beer tot Rurmunde, a 1466.”
Dit is de oudste vermelding van de naam “In den Beer”.
1430: “Jennes Lenxkens ontfengt dat huys tot Rurmund met sijnen
tobehoor, dat Derx van den Greyn was, a 1430.”
1421: “Aleyt van den Greyn Dirx wijff ontfengt heur husinge tot
Rurmund gelegen, tuschen Sybert Goltsmits huys ende Dries Beckers huys,
a 1421.” (dan is er voor het eerst sprake van twéé
buren)
1410: Dirck van den Grynde (de jonge)
“Alsulcken huys als gelegen is op den Steenweg tegen Lamberts
huys van der Kraeken, van der voorster deur daer men ingeet an den schaersteen
to, tot eenen Gelrischen leene, erft Dirck van den Grynde op sijnen
soon Dirck, a 1410.”
Hier is dus al sprake van een stenen huis en geen “timmer”
(een houten huis) en is er al sprake van de Steenweg dus was die al
bestraat. Ook is er dan pas één buurhuis.
Vóór 1410: Dirck van den Grynde
De familie van den Grynde leverden liefst 6 generaties Schepenen in
Roermond!
De oudste mij bekende van den Grynde is Goswinus van den Grynde die
tussen 1342 en 1355 Schepen van Roermond is. Dirck van den Grynde wordt
in 1361 Richter van Maasniel en in 1364 Rechter namens de Heer van Heinsberg
genoemd (OAR 465-466) en vanaf 1358 tot 1403 is Dirck (eerst vader dan
zoon) schepen van Roermond. Naast Dirck II is ook nog Hendrik (Dirck
soen) schepen (1402-1413) Volgens de Schatting Overkwartier Gelre in
1369, Roermond (Van Doorninck, Haarlem, 1903) wordt Deric van den Greynde
voor 8 kleine ponden aangeslagen. Dit was het maximum bedrag, dus welgesteld)
In 1394 (Res Gestae nr 167) koopt Heynderic Derixson van den Grynde,
burger te Roermond, de tol te Haempsen op de Maas. Ook bezat de familie
een van de twee onderste molens (Res Gestae I nr 702 in 1411) De lijst
van het Leen start pas in 1410 (het zelfde jaar dat met de bouw van
de huidige Kathedraal op de Markt werd begonnen) dus vanaf wanneer het
huis De Beer in handen van de familie van den Grynde is was niet meer
te achterhalen.
1326; Johan
Veren Drudensoon
"Johan veren Druden soene helt van den Greve sijn huis te Ruremunde
binnen gelegen"
Johan Veren Drudensoon betekend: Johan zoon van vrouwe Drude.
Hij is in 1323 gehuwd met ene Aleydis en zij hebben een zoon genaamd
Hendricus.
In 1326 word Reinald II officieel Graaf van Gelre. In dat zelfde jaar
komt Wachtendonk aan Gelre en krijgt Erkelenz stadsrechten. In precies
het zelfde jaar dus wordt onze Johan Veren Drudensoon met ons huis beleend
!!!
Het onderzoek naar deze Johan Veren Drudensoon loopt nog en zodra we
meer weten over hem of het waarom van zijn belening zullen wij u daarvan
op de hoogte stellen.
In ieder geval begint
de geschiedenis van Varkensmarkt 6 en 6a al in 1326.
Samenvatting:
Dit
was in vogelvlucht de bewonersgeschiedenis van Het Huis In de Drij Croonen
met daarin De Beer op de Varkensmarkt. (Varkensmarkt 6 en 6a)
Apart dient nog vermeld te worden dat dit huis bij de 2e grote stadsbrand
(1665) gespaard is gebleven maar het viel mij bij het bestuderen van
de documenten op dat er na de 1e stadsbrand (1554) nooit sprake was
van een “bouwplaats” maar steeds van een huis. Gezien de
diverse zeer oude elementen die nog in het huis bewaard zijn gebleven
lijkt het erop dat het huis bij die 1e stadsbrand niet volledig is afgebrand
of misschien helemaal niet heeft gebrand.
Zoals u hebt kunnen zien was het bijna 7 eeuwen een heel belangrijk
huis in Roermond dat voornamelijk door diverse vooraanstaande Roermondse
en Gelderse Magistraat-families werd bewoond en ook gebruikt werd om
belangrijke gasten van de Stad Roermond of het Hof van Gelre te laten
logeren!
Tot de komst van de Fransen was De Beer leenroerig aan de Hertog van
Gelre. Daarna werd het meer en meer een “gewoon” woonhuis
voor “gewone” mensen en werd het belang voor de geschiedenis
van Roermond vergeten. (Misschien versterkt door de nieuwe “eclectische”
voorgevel uit de 2e helft van de 19e eeuw, waardoor niet meer te zien
was wat voor een prachtig oud huis achter die nieuwe gevel verstopt
zat?).
Al het voorgaande toont dus duidelijk aan dat nét zoals een aantal
andere locaties in de binnenstad ook dit eeuwenoude pand zijn speciale
aandacht verdient.
Charlotte Ruijs-Janssen
20-08-2003, update 04-03-2008