Hoofdpagina

Hoofdpagina

Het gangbare
beeld

De verwoeste
nederzetting

De 13e eeuwse
stadsommuring

Muur of wal?

De Kattentoren

De nieuwe poort

Rondelen?

Dwangburcht

Het einde van een
tijdperk

Conclusies

Cijnsregister

Illustraties,
bijschriften en
afkortingen
.

 

Stadsuitbreiding en stadsommuring in middeleeuws Roermond

2 Het gangbare beeld

Gemeentearchivaris M.K.J. Smeets tekende in 1949 de groeifasen van Roermond tot 1900 in op een aantal kaarten en schreef er een toelichting bij. Juist in die tijd begon J. Linssen, die als geen ander het middeleeuwse bronnenmateriaal over Roermond onderzocht heeft, artikel na artikel te schrijven over de geschiedenis van stad en omgeving. Uiteindelijk publiceerde hij in 1976, 81 jaar oud, een groot afrondend artikel waarin hij zijn onderzoekingen over ontstaan en groei van Roermond samenvatte. Enkele jaren daarvoor had Smeets’ visie, gecorrigeerd door de artikelen van Linssen, bredere bekendheid gekregen via het boekje Roermond vroeger en nu van Smeets’ opvolger J.G.F.M.G. baron van Hövell tot Westerflier en via een tentoonstelling in het Roermondse Gemeentemuseum. Met name de laatste twee - populariserende - weergaven van de groei van Roermond in de middeleeuwen zijn blijven hangen en duiken steeds weer op, bijvoorbeeld in een recente gemeentelijke publicatie. Dat is begrijpelijk, want er is sinds 1976 nauwelijks iets nieuws over de kwestie gepubliceerd. Het enige nieuwe onderzoek van belang is een artikel van Klaus Flink en Bert Thissen, waarover hieronder meer (zie 4.3).

Het traditionele beeld dat op deze manier ontstaan is komt op het volgende neer :

·       Het gebied tussen Roer en Luifelstraat/Marktstraat bestaat uit kleine percelen met smalle, scheef op elkaar staande straatjes, wat op ontstaan vóór een planmatige uitleg van de stad wijst. Het is aannemelijk dat hier, langs de Roer en vlakbij de prestedelijke kern aan Buitenop (de oude voogdij en het oude St. Christoffelkerkje), de handelsnederzetting Roermond is ontstaan. De huizenstroken tussen Neerstraat/Marktstraat en Kleine Bergstraat, tussen Luifelstraat en Markt en mogelijk ook tussen Kraanpoort en Grotekerkstraat hebben een afwijkende perceelsindeling met voorgevels aan beide zijden, waarbij de westelijke helften ouder lijken te zijn dan de oostelijke. Aan de oostzijde kan een obstakel hebben gestaan dat later is opgeruimd - misschien een eerste versterking van het 12e-eeuwse Roermond. Kort na Palmpasen 1214 verwoestte de Duitse rooms-koning Otto IV tijdens een strafexpeditie tegen de graaf van Gelre deze nederzetting.

·       Daarna herbouwden de graven van Gelre deze systematisch en op grotere schaal. De huizenblokken ten oosten en ten zuidoosten van de Markt zijn, net als de Markt zelf, regelmatig van vorm en suggereren een planmatige aanleg. Deze suggestie wordt versterkt doordat uit tal van gegevens blijkt dat de graaf van Gelre bij de herbouw bouwkavels van een standaard grootte (aangeduid als area in middeleeuws Latijn of als hoefstad in het Middelnederlands) heeft uitgegeven, waarvoor de bezitters hem een jaarlijkse cijns van 3 denieren (penningen) en 1 hoen moesten betalen. Deze planmatig aangelegde nederzetting wordt in 1224 wordt als ‘oppidum’ (stedelijke nederzetting) aangeduid.

·       Bij planmatige aanleg van steden in deze tijd was het normaal dat de markt in het midden lag. Bovendien moet de Munsterabdij bij haar stichting in 1218 in het open veld gelegen hebben, zoals bij een 13e-eeuws Cisterciënzerklooster te verwachten is. De nieuwe nederzetting omvatte dan ook waarschijnlijk Buitenop en het gedeelte van de huidige binnenstad tussen de huidige Roerkade/Roersingel, Pastoorswal, Werner- of St. Jansstraat, Lindanusstraat/Pollartstraat en tot slot de lijn noordkant Munsterplein/Paredisstraat/Molenstraat.

·       In 1232 werd volgens de overlevering rond dit gebied de eerste ommuring aangelegd. Gedeelten van het metselwerk van de Rattentoren, secundair verwerkte stenen in de stadsmuur ten zuiden daarvan en het breuksteen-torenfundament op de Pastoorswal worden in de 13e eeuw gedateerd. De historische straatnamen Hoge Hegstraat en Lage Hegstraat voor de Lindanus- en Pollartstraat kunnen echter verwijzen naar een eenvoudiger type verdedigingswerken: een met palissaden bezette of met een heg begroeide aarden wal.

·       Ten oosten van deze Hegstraten en in het zuidoosten van de binnenstad komen straatnamen voor die op agrarische verhoudingen duiden: Dries (‘veeweide’ of ‘schapenweide’; nu Voogdijstraat/Dionysiusstraat), Veldstraat, Nielderweg (nu Hamstraat), Halenderkamp (‘kamp’ betekent ‘veld’; nu Mariagardestraat/Kruisherenstraat) en Streek (nu Godsweerderstraat). Dat zou kunnen komen doordat deze gebieden langer tot het platteland hebben behoord en pas later bij de stad zijn getrokken.

·       In 1331 wordt de Zwartbroekpoort voor het eerst vermeld, in 1341 de Nielderpoort en in 1347 de Moerkenspoort. Hieruit blijkt dat de vergrotingen van de stad in zuidelijke en oostelijke richting uiterlijk in 1347 afgerond waren. Dat wordt nog eens bevestigd in het cijnsregister van de voogdij van 1396. Hierin komen straten in het hele gebied van de huidige binnenstad voor, inclusief de ‘agrarische’ straten aan de oost- en zuidrand; Roermond besloeg toen dus het gebied binnen de stadsmuur die te zien is op de bekende kaart van Jacob van Deventer (figuur 2 200kb).

Sinds 1976 zijn de nodige nieuwe gegevens naar voren gekomen. Het is dan ook tijd om het gangbare beeld te toetsen, bij te stellen en aan te vullen. Dat wil ik hieronder proberen te doen.